|
Marloes woont in een smal huis aan de Waterstraat in Zaltbommel, een paar minuten lopen van de Waterpoort. Toen ik haar vorige winter opzocht, stond ik in haar woonkamer naar een groot olieverfdoek te kijken dat ze op een veiling in de regio had gekocht. Een rivierlandschap, grijs en groen, met een strook licht boven de uiterwaarden. Overdag prachtig. Maar om half vijf ’s middags, toen het buiten al schemerde, verdween het schilderij bijna in de muur. Het enige licht kwam van een staande lamp in de hoek, en die zette de bovenkant van het doek in een gele waas. Ze had het zelf ook gezien. Daarom lag er op tafel een stapel uitgeprinte productpagina’s van schilderijlampjes, van die koperen armpjes die je boven een lijst hangt. Een paar daarvan werkten op batterijen. Handig, dacht ze, geen gedoe met snoeren. Waarom een batterijlampje vaak tegenvaltIk ben geen expert, maar ik heb in mijn eigen huis eens zo’n lampje opgehangen en na drie weken hing het er voor spek en bonen bij. De lichtopbrengst zakt naarmate de batterij leegloopt, en de kleur van het licht is vaak koud en vlak. Voor een poster maakt dat weinig uit. Voor een schilderij waar je jaren naar wilt kijken wel. Marloes besloot het anders aan te pakken en belde Elektricien Zaltbommel om te kijken wat er in haar huis mogelijk was. Dat huis staat in het beschermde stadsgezicht en heeft dikke oude muren, dus zomaar een sleuf frezen leek haar geen goed idee. De monteur keek eerst waar de bestaande leidingen liepen en stelde voor om vanaf een lichtpunt in het plafond een nieuwe leiding in een buis langs de bestaande balk te leggen. Daardoor hoefde er nauwelijks in de muur gehakt te worden, en kwam er boven het schilderij een nette aansluiting voor vaste verlichting. Kleur, warmte en de juiste hoekWat ik leerde van die middag, en van een tweede bezoek een maand later, is dat goed kunstlicht vooral over drie dingen gaat. Allereerst de kleurweergave. Ledverlichting met een hoge CRI, rond de negentig of hoger, laat kleuren zien zoals de schilder ze bedoelde. Bij goedkopere lampen worden rood en oker dof. Daarnaast de kleurtemperatuur. Rond de 2700 tot 3000 kelvin voelt warm aan en past bij oude olieverf, terwijl kouder licht beter werkt bij moderne grafiek en foto’s. Dan is er nog de warmte. Oude gloeilampen en halogeen gaven veel warmte en ook wat uv af, en dat is op de lange duur niet goed voor verf en papier. Led geeft vrijwel geen uv en blijft veel koeler, wat een schilderij een stuk beter bevalt. Tot slot de hoek. Bij Marloes kwam er geen lampje vlak boven de lijst, maar twee kleine richtbare spots aan het plafond op zo’n meter afstand van de muur. Het licht valt schuin op het doek, zonder glinstering in de vernislaag. Een avond in de WaterstraatDe spots hangen op een eigen schakelaar met dimmer, en daar zat nog een les in. Niet elke ledspot werkt goed met elke dimmer. Elektricien Zaltbommel had een dimmer gekozen die bij de drivers van de spots past, zodat het licht niet flikkert of zoemt als je het laag zet. Dat soort dingen merk je pas als het fout gaat. Een paar weken geleden zat ik er weer, op een regenachtige vrijdagavond. Marloes had de grote lamp uitgezet en alleen de spots op een derde van hun sterkte laten branden. Het rivierlandschap leek ineens dieper. Je zag de penseelstreken in de lucht, het groen van de uiterwaarden, zelfs een klein bootje dat ik nog nooit had opgemerkt. We hebben er de hele avond met een glas wijn naar zitten kijken, en ik ben thuis meteen mijn eigen lampjes gaan opmeten. |
Kunst aan de muur verdient beter licht dan een spotje uit de bouwmarkt
- Bedrijven
- Gepubliceerd door Best brands online
